Spelregels

Beknopte spelregels
Wat heb je nodig
1. Racket
Ten eerste is er natuurlijk een badmintonracket nodig. Trainers, ervaren spelers of een winkelier kunnen
adviseren wat betreft bespanning, gripdikte, prijs en merk.
2. Sportkleren
Om te kunnen badmintonnen heb je eigenlijk alleen een trainingspak nodig met daaronder een t-shirt en een short. Schoenen dienen licht en veerkrachtig te zijn met goede steun en een goed profiel.
3. Shuttles
Tenslotte is er een shuttle nodig. Er zijn nylon shuttles voor beginners en veren shuttles voor gevorderden. Meestal heeft de vereniging shuttles waar gebruik van gemaakt kan worden.

Spelsoorten
Badminton kent vijf spelsoorten:
mannenenkelspel (MS)
vrouwenenkelspel (WS)
mannendubbelspel (MD)
vrouwendubbelspel (WD)
gemengddubbelspel (MXD)

Toss
Voordat een spel begint is er een loting (toss). Wie deze toss wint mag een keuze maken uit de volgende
mogelijkheden:
 eerst serveren of eerst de service ontvangen, of:
 het spel beginnen aan de ene kant dan wel aan de andere kant.
De tegenpartij kiest uit de overgebleven mogelijkheden. Dus indien bijvoorbeeld de winnaar van de toss er voor kiest om eerst te serveren, dan is de verliezer van de toss de eerste ontvanger en kiest deze dus de kant van het veld waarop hij/zij begint.
Bij de stand 0-0 en alle even punten, wordt geserveerd vanuit het rechter serveervak. Bij alle oneven punten wordt geserveerd vanuit het linker serveervak. Na iedere score vindt de service plaats vanuit het naastliggende serveervak.

Service
Algemeen
De service is heel belangrijk in badminton.
Een service is goed als:
 deze onderhands geslagen wordt
 deze diagonaal in het juiste speelvak wordt gespeeld (zie tekening boven);
 de serveerder niet op of tegen de lijnen staat;
 de serveerder met beide voeten op de grond staat.
Onderhands: Het racketblad moet naar beneden wijzen.

Service enkelspel
 Iedere speler heeft één servicebeurt.
 In één servicebeurt kunnen géén of meer punten gescoord worden.
 Als je een fout maakt, gaat de service naar de tegenstander en deze krijgt een punt.

Service dubbelspel
 Ieder team heeft een servicebeurt.
 Bij een even stand wordt vanuit het rechter vak geserveerd. Bij een oneven stand uit het linker.
 In één servicebeurt kunnen géén of meer punten gescoord worden door dezelfde speler.
 Er wordt alleen van serveer vak gewisseld als je zelf (of je partner) een punt maakt.

Telling
Er wordt gespeeld op basis van het rally-point systeem (elke punt is ook echt een punt). De wedstrijd gaat om 2 gewonnen games tot 21 punten. Er moet worden gewonnen met een verschil van 2 punten tot een maximum van 30. Dus wie als eerste de 30 bereikt heeft de game gewonnen.
Je scoort een punt als …
 als je de shuttle in het speelveld van de tegenstander op de grond slaat;
 als de tegenstander de shuttle in het net, onder het net, tegen het plafond of zijmuren of buiten jouw
speelveld slaat;
 als de tegenstander de shuttle slaat voordat deze over het net is;
 als de tegenstander de shuttle twee maal achter elkaar raakt.
Je krijgt een punt tegen als …
 als de shuttle binnen je speelveld op de grond valt;
 als de shuttle tijdens de service, buiten het juiste serveervak van je tegenstander valt;
 als je in het net slaat;
 als je de shuttle twee maal achter elkaar raakt.

Let
Een let betekent dat de rally opnieuw moet worden gespeeld als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis
(bijvoorbeeld als de shuttle van anderen in jouw veld valt).